zondag 29 maart 2015

Ode aan ons piepklein wonder




Piepklein,  creëert zich een onbeschrijfelijke wonderbaarlijke ontwikkeling, alles perfect op elkaar afgestemd, elke cel in perfecte harmonie. Piepklein adembenemend bij ieder teken van leven, zonder ik je zie. Piepklein toon je mij de grootsheid van het leven door je stille aanwezigheid...je beweegt me, je ontroerd me zoals niemand dat ooit deed, de diepste pijn raak ik zomaar kwijt. Ik word bang omdat het lijkt alsof je nu al alles van mij weet. alles wat ik zuinig en wel verborgen hield, mijn kwetsbare plek die eerder werd geruïneerd. Piepklein ons mooie Godsgeschenk maak je je stilletjes klaar om ons met je schoonheid en volmaaktheid te verassen. Om ons te herinneren aan wat wij ooit waren. Vanuit je coconnetje geef je ons al zoveel dat ik voor altijd zal bewaren. Je raakt me, je ontwapent me, je zit nu al in elke cel van mijn lichaam, je doet me beseffen dat ik nog veel te ontwikkelen heb voor ik jou in je nieuwe thuis mag ontvangen....om jou zoveel mogelijk papa te kunnen geven, zoveel mogelijk van al het beste dat ik te bieden heb...bedankt voor jou en voor de extra reden om naar het diepste en mooiste in mezelf te kunnen verlangen. <3

vrijdag 13 maart 2015

Het kindje en de kluis


Toen ik klein was had ik het mooiste hart, vol met de puurste liefde, vol met hoop en geloof in de mooiste dingen van het leven. Ik liep over van dankbaarheid, ik kon vrij en intens genieten, ik kon schaterlachen, ongeremd en uitgelaten, zo enthousiast en vol met levenszin. het was het mooiste hart.
Ik kon naar mijn moeder kijken op momenten dat zij boos en kwaad was, vol met frustratie en ik kon voelen....mama het komt goed, want ik heb het mooiste hart. Niets kan ons overkomen.
Ik had zoveel liefde te geven, zo intens en zo krachtig dat niets er afbreuk aan kon doen. Ik was het gelukkigste kind dat er bestond, ik en mijn hart.

Toen werd ik bewust.....bewust van de mensenwereld om mij heen. Bewust van hoe volwassenen er in kunnen slagen om datzelfde liefdevolle kind om te toveren in een bang en daverend wanhopig en afhankelijk wezentje. Bewust van de pijn wanneer mijn mooie hart voor de duizendste keer niet werd gezien, uit men handen werd geslagen. Vernietigd door moordende woorden als dolken er doorheen, mishandeld, verdronken en zoveel meer.

Ik werd bang en stopte het hart in een kluis. Sindsdien vertelde ik er vaak over, maar nooit haalde ik het nog naar boven zoals toen. Vreemd genoeg was niemand in mijn latere omgeving misnoegd, integendeel, ze waren blij met me zonder dat mooie hart. Ik voelde dan ook nooit de behoefte om het terug te halen. Maar wat miste ik al die tijd iemand die het gat in mij zag. Die niet deed of alles in orde was zoals het was. Wat miste ik iemand die de leegte in mij wou opvullen en zag hoe ik onder mijn glimlach leed.

Liefde was voor mij een eng begrip. Ik vond nooit iemand die voor dat mooie hart had kunnen zorgen. Ik ging dan maar op zoek naar hun mooie hart, ik deed alles zodat ze zouden zien hoe waardevol ze wel zijn, en hoe elk stuk van hen, ook het verstopte, een onmisbaar onderdeel is van het mooie gevoelswezen dat ze zijn.

Ik kreeg eindeloze dankbaarheid terug, maar nooit iemand die het gat in mij wou vullen. Nooit iemand die nodig had wat ik al die tijd al verstopte. Zelfs dat wat ik over had gehouden schrikte zoveel vrouwen af. het mooiste stuk in mij, door niemand gewild, afgewezen als een rot stuk vlees. Als quasimodo verworpen en verstopt in een klokkentoren.

Tot ik mijn vrouwtje ontmoette....een vrouw die me deed terugdenken aan die kluis. Een vrouw waarvoor ik tekort schiet zonder dat mooie hart van mij. Een vrouw die zo mooi is en zo gevoelig dat alleen de zuiverste liefde goed genoeg is. Eindelijk krijgt dat stuk betekenis. Eindelijk valt elk puzzelstuk op zijn plaats....al goed dat ik het goed heb bewaart. Om het nu te kunnen delen met zij die mijn mooie hart nodig heeft als de laatste genezende bloem op aarde. Zo kreeg dat afgewezen hart, toch nog betekenis. En de mooiste bestemming  dat het zich maar kon wensen. Bevriend met haar hartje, net zo bang als dat van mij, compleet verloren zonder elkaar en alleen compleet zij aan zij.

vrijdag 20 februari 2015

De waarde van mijn hart



Ik gaf en gaf, men hele hart leeg, om dingen te doen werken die ik zo graag wou.  Ik gaf en gaf men hele hart leeg, om ervoor te zorgen dat iemand bij me bleef, ik deed alles zodat iemand mij liefhebben zou. Maar deed tegelijkertijd alles verkeerd, mezelf gekleineerd en onteerd, met mijn liefde omgaan alsof niemand ze wou, mezelf gepijnigd, men hart bezeerd.
Ik gaf en gaf, in de illusie dat je iets kan doen werken als je maar hard genoeg wil. Dat was de geleerde les uit een leven hard en kil. Vaak is het waar en zo vond ik het licht om alsnog een leven op te bouwen. Maar nooit beseffende dat ik een hele tijd later met zo'n prachtvrouw zou trouwen.
Nooit had ik geleerd om mijn liefde te behandelen als iets kostbaars, nooit had ik geleerd dat elk klein beetje dat ik doe, zeg of ben, iedere % een groots verschil maakt. Tot ik in de ogen van mijn vrouwtje keek, en zie wat elke letter of iedere kleine stap daar raakt. het doet me schrikken hoe dankbaar zij is en hoe ze elk klein beetje van mij naar waarde schat. Dankzij haar dankbare ogen, dankzij haar zacht en mooi hart, besef ik pas hoe (onbewust) misbruikt mijn mooie liefde was.

dinsdag 16 september 2014

Het boompje


 
Ontworteld werd het boompje, genadeloos vermoord. Doordat het verkeerd geplant was werd zijn rust grenzeloos verstoort. Ontworteld werd het boompje verstikt in de droogte, zonder water zonder zon. Jaren gingen voorbij maar voor het boompje bleef alles zoals hoe het ooit begon. Nooit was hij één van hen, nooit hoorde hij erbij. Zoveel bomen waren goed, maar deze mocht niet in de rij. Ontworteld werd het boompje en daar vond het zijn rust. Eenzaam en verlaten, na jaren van afwijzing is dat waar het in berust. Tuurlijk heeft het nog dromen, tuurlijk verlangt het stil naar een metgezel. Maar de stilte doet ook goed na al die verwijten, na al dat gekwel. Misschien komt er ooit nog een afgewezen boompje bij, dan zal geen rij bomen meer zo sterk zijn als dit duo  zij aan zij.

Liefde van de natuur



Eén plantje huilde “waarom regent het”, ik wordt helemaal koud en nat. Tot plots een heerlijk zonnetje scheen en het zingend al het voorgaande vergat. Een ander plantje huilde dagelijks “ik sta hier voortdurend met mijn voeten in het vieze zand”.  Pas later toen het mooi openbloeide en stevig groeide wist het dat het dankzij het zand was, het zag plots het verband. Een derde plantje pufte van de hitte in de zon, “zo verstikkend ik kan niet eens naar de schaduw vluchten, ik ben gedoemd om hier wortel te schieten.” Tot de eerste verfrissende regenbui viel. Het plantje besefte, zonder die hitte had ik er nooit zo van kunnen genieten. Eens de plantjes beseften dat de natuur alleen het beste voorhad keerde alles om in rust, alsof het wat het eerst haatte nu plots aanbad. Het inzicht dat de natuur uit liefde handelde heeft hen uit hun ergste nachtmerrie wakker gekust.

De kamer die niemand kent


 
 
Ik heb een kamer waar niemand iets van afweet. Als een schatkamer die bewaakt wordt met zoveel zorg afgeweerd. Ik stel me erg open en maak van niets een geheim, maar niemand zal deze betreden tenzij je me kan vrijwaren van pijn. Ik heb een kamer waar niemand van vermoed dat ze er is. Omringd door zoveel muren, angst, verdriet, dat ik me weer eens in iemand vergis. Ik heb een kamer waar niemand binnen mag. Alleen zij met de puurste tranen en de puurste lach.

Hoe kan ik niet van je houden


Hoe kan ik niet van je houden als je woorden mijn hart steeds weer masseren, hoe kan ik al dat moois nog negeren? Hoe kan ik niet van je houden als alles wat je uit zo puur is en oprecht, je leeft je ziel en handelt naar wat je zegt. Hoe kan ik niet van je houden als iedere ontmoeting zo wondermooi in elkaar vloeit, Hoe kan ik niet van je houden als mijn leven sinds ik jou ken open is gebloeid. Hoe kan ik niet van je houden als we elkaars zinnen afmaken en samen één verhaal schrijven. Hoe kan ik niet van je houden dat zelfs als we elkaar niet meer zien, onze zielen toch bij elkaar blijven.